Van cohousing tot volkstuin – Gerard Hautekeur

DARE TO DREAM

Van cohousing tot volkstuin – Gerard Hautekeur

Inleiding

De sociale economie krijgt het steeds moeilijker om haar missie waar te maken in het scheppen van een gelijke wereld waar ook de zwaksten een kans maken. Bij een coöperatie gaat het om mensen die samen iets willen ondernemen omdat ze dat samen beter kunnen dan alleen.  In de voorbije jaren zijn er veel kleine sociale-economiebedrijven samengesmolten tot een grote onderneming. Het management, de bedrijfslogica en het rendement staat centraal. Sociale economie draait volledig op het samenwerken en elkaar helpen bij de doelen die ze willen bereiken. Alleen kunnen ze het niet, dat is waarom ze zich verenigen tot een grote groep die wel sterk in hun schoenen staan.

Crisistijden zijn goede tijden om het besef dat we elkaar moeten helpen wat meer te laten bezinken en om de krachten te bundelen. Hierdoor creëren de burgers meer en meer een beleid waarbij er meer gedurfd moet worden. Deze initiatieven die ze nemen kunnen we zien als een correctiemechanisme voor het falen van de markt en de overheid  hun oplossingen.

We moeten geen of/of-, maar wel een en/en-verhaal maken. Kleine sociale-economieprojecten hebben een laboratoriumfunctie, waarbij ze nieuwe economische modellen uitproberen. Ze beginnen met het testen van sociale projecten, die uiteindelijk een wereld veranderend resultaat zullen brengen.

“Dit boek is een tocht langs de wegen van Samenlevingsopbouw, aan de hand van een man op zoek naar wat mensen samenbrengt en wat hun oplossingen zijn voor problemen die voor velen wellicht ver van hun bed staan.” (Hautekeur, 2017, p.9)

Samenlevingsopbouw is een organisatie die het recht op een menswaardig bestaan nastreeft. Ze steunen mensen in de strijd tegen uitsluiting en achterstelling. Samen proberen ze structurele veranderingen te brengen in de wereld.

In het boek werden veel verschillende initiatieven besproken, dit zijn er enkele van.

Volkstuin in Zellik

De tuinders van Zellik zijn van nul moeten beginnen. Ze kregen een braakliggend terrein toegewezen waarop zelfs afval werd gedumpt. VELT en natuurpunt hebben voorgesteld om er een ontmoetingsplek te creëren voor wandelaars, fietsers en andere recreanten en in dit gebied ook de volkstuin een eigen plaats te geven.

In de volkstuin van Zellik geeft iedereen de voorkeur aan samen tuinen, ieder peter en meter duo neemt de verantwoordelijkheid en het voortouw voor één bepaald perceel. In andere volkstuinen bewerkt iedere tuinder individueel zijn perceel. Het samen tuinieren nam de onzekerheid weg van de weinige kennis over tuinieren. De cohesie van de groep heeft positieve effecten op en buiten de groep. ‘Onze groep is onze sterkte!’ (De tuinders, 2017, p. 23)

Rabot op je bord

Gent heeft zich geëngageerd om een nieuwe duurzame voedselstrategie te verwezenlijken. De stadsakkers in de wijk Rabot zijn actief opgenomen in het project ‘Rabot op je bord’ van de vzw Sociale Kruideniers Gent. Een groot deel van de oogst is bestemd voor het eetcafé Toreke. Een ander deel van de oogst gaat naar de Sociale Kruidenier. De groenten die de Sociale Kruidenier niet verkoopt worden samen met andere voedseloverschotten verwerkt tot nicheproducten, ‘Rabot op je bord’ genoemd. De bescheiden winst wordt opnieuw geïnvesteerd in de Sociale Kruidenier.

De Sociale Kruidenier besteedt veel aandacht aan de ontmoeting en de gezamenlijke activiteiten van de klanten. Het is een buurtwinkel waar de klanten met een beperkt inkomen een basisaanbod aan voeding, onderhouds- en verzorgingsproducten kunnen kopen. Het is een solidair project, ze hanteren bij de sociale kruidenier en een tweeprijzenbeleid. Een voordelige prijs voor mensen in armoede en daarnaast de gewone winkelprijs voor andere klanten.

De Torekes zijn een middel om mensen financieel te belonen die actief zijn in de wijkwerking en die aan de stadstuinen meewerken. Ze krijgen elk 25 Torekes per uur en 10 Torekes staat gelijk aan €1. Ze kunnen de Torekes uitgeven in de lokale winkels en projecten. Deze munt bestaat nu ook digitaal en is in de wijk ingeburgerd. In 2016 werden 230.000 Torekes uitgereikt, goed voor 9200 uren vrijwilligerswerk. Ondertussen zijn er ook al ruim 40 organisaties en handelaars aangesloten bij het project.

‘Voor wat, hoort wat’, het ligt aan de basis van de verplichte gemeenschapsdienst. Een knelpunt blijft dat je met een aanvullend inkomen van Torekes geen sociale rechten opbouwt, geen anciënniteit verwerft en het draagt niet bij aan de pensioenrechten.

Bij de voedselbank moet je aannemen wat jou gratis wordt aangeboden. Bij de Sociale Kruidenier daarentegen word je als klant behandeld. Met gratis voedselhulp ga je voorbij aan de zelfwaarde van mensen. Je mist de kans om solidariteit te creëren in de lokale gemeenschap. Bij gratis verdeling moeten mensen genoegen nemen met wat ze krijgen. Dit luidt naar het gezegde, een gegeven paard kijk je niet in de bek. De keerzijde is dat mensen de niet-gewenste producten uit het voedselpakket dikwijls weggooien. Ook mensen in armoede willen net als alle andere mensen kiezen wat ze eten. Door dit aspect laten ze de hulpzoekende zelf uit de rekken halen wat ze willen. Hierdoor wordt er geen voedsel meer weggegooid en blijft er een beter gevoel achter bij de vrijwilligers.

De coöperatie telt vier soorten aandeelhouders:

  1. De A-aandeelhouders, dit zijn de stichtende leden. Ze hebben elk tien aandelen ter waarde van €1000.
  2. De B-aandeelhouders, dit zijn partners die mee aan de basis liggen van de oprichting. Ze hebben elk een aandeel ter waarde van €250.
  3. De particuliere aandeelhouders, dit zijn de solidaire klanten die elk over een aandeel beschikken ter waarde van €50.
  4. Mensen in armoede die ook een deel willen uitmaken van de coöperatie, ze hebben elk een aandeel ter waarde van €5.

Elke aandeelhouder heeft evenveel zeggenschap in de coöperatie ongeacht de grote van hun aandeel. Door dit systeem toe te passen creëren ze een toegankelijke optie voor mensen die hier niet snel de stap naartoe kunnen zetten.

Samenwonen

Dampoort Knapt OP is een project die streeft naar de verbetering van de woonsituatie van noodkopers en noodeigenaars. Ze gaven aan tien gezinnen geld om het huis of appartement volledig te renoveren. Hierdoor dalen de rekeningen voor energie en kunnen de gezinnen wat geld bijeen sparen voor andere zaken.

Het project Collectief Goed in Antwerpen streeft naar het helpen van kwetsbare huurders. Ze renoveren huizen met verschillende partners om zo de kosten laag te houden. Hierdoor kunnen mensen in armoede een huis huren aan een schappelijke prijs en betalen ze niet meer dan nodig voor de bijkomende facturen. 

Veel mensen kunnen een goedkope woning aankopen, maar hebben niet het budget om deze te renoveren tot een leefbare ruimte. Veel rechthebbenden vragen geen premie aan omdat ze de werken toch niet kunnen voorfinancieren. Hierdoor blijven de facturen maar oplopen en kunnen ze amper een bedrag apart zetten om in de toekomst toch hun huis te renoveren.

Mensen die huurder zijn kunnen niet beslissen of ze al dan niet investeren in duurzame alternatieven. Ook zijn ze niet snel geneigd om te investeren in een woning die niet van hun is. Ze kunnen hun geld dan beter in iets steken waarvan ze zekerheid hebben dat het in hun bezit blijft.

In elk van deze woonexperimenten verlaten opbouwwerkers de platgetreden paden om de oplossing op maat van kwetsbare groepen te bieden. Dit doen ze bijvoorbeeld door samen te werken met scholen die de bouwrichting geven, hierdoor worden huizen ‘gratis’ gerenoveerd en hebben de studenten er een ervaring bij.

Conclusie

De visie op empowerment is ontleend aan de beweging van burgerrechten en steunt op een groepsconcept. Deze wekken positieve en motiverende ervaringen op. Om van echte empowerment te spreken is het volgens Jef Peeters nodig op het persoonlijke en het politieke niveau met elkaar te verbinden. Je kan volgens Peeters van alles opbouwen en opstarten op lokaal niveau, maar eenmaal je wilt uitbreiden zal je de steun nodig hebben van het beleid. Empowerment houdt in dat je een tegenmacht opbouwt. Het sociaal werk moet daarom verbindingen aangaan met bredere sociale bewegingen.

Dit zijn geen burgerinitiatieven. De door de overheid gesubsidieerde middenveldorganisaties, zoals Samenlevingsopbouw en het Algemeen Welzijnswerk, zijn de initiatiefnemers. Veel steden ervaren nu een kantelmoment, van klassieke participatie naar doe-participatie. Verschillende projecten samen vormen de bouwstenen van de buurteconomie. Bij het bundelen van de initiatieven en de initiatiefnemers zullen we verandering kunnen brengen in de éénrichtingseconomie.

Zoals Luc Daelemans zei: “Werk is zoveel meer dan loon op het einde van de maand. Het geeft ook structuur aan hun leven, het zorgt voor sociale contacten en het verhoogt hun zelfvertrouwen. Werknemers beseffen dat ze niet tot last zijn van de samenleving, maar meebouwen aan de economie.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *